Reddingsvest Nichimei maru

Schenking

In 1994 schonk de heer A.B. Kresmer een reddingsvest aan Museum Bronbeek. Kresmer was in voormalig Nederlands-Indië sergeant-majoor in het KNIL. Als krijgsgevangene werd hij in januari 1943 op transport naar Birma ingescheept op de Nitimei maru. Het schip werd onderweg gebombardeerd en zonk. Dit reddingsvest heeft hem boven water gehouden. Eenmaal in Birma aan land werd Kresmer door de Japanners met medegevangenen verder getransporteerd naar een interneringskamp en tewerkgesteld aan de Birma-Siamspoorweg. Zijn echtgenote en dochter brachten de oorlog door in een interneringskamp voor burgers in Nederlands-Indië.

 

Reddingsvesten

Het aantal Nederlandse slachtoffers bij de schipbreuk van de Nitimei Maru was betrekkelijk laag. Hiervoor zijn twee oorzaken aan te wijzen. Allereerst werd het schip op het achterdek getroffen, waar juist de Japanners zaten; Nederlanders werden voor zover bekend niet direct geraakt. Daarnaast speelde het optreden van Luitenant ter Zee 1e klasse der Koninklijke Marine Theodoor Smits een belangrijke rol, waarvoor hij het Kruis van Verdienste toegekend kreeg (KB. 25 juni 1947 no.91). LtZ1 Smits had op de Nitimei Maru 350 van de bijna duizend Nederlandse krijgsgevangenen onder zijn leiding. Vanaf het vertrek van Singapore was de toestand op de schepen benauwd. Er was weinig eten en drinken, nauwelijks hygiëne, geen verzorging en er heerste dysenterie. Na het vertrek van Penang had Smits de opdracht gegeven na te gaan of er reddingsvesten waren. Er werden aanvankelijk enkele honderden gevonden, maar lang niet voldoende voor iedereen. Uiteindelijk bleek er in het eerste ruim nog een groot aantal reddingsvesten opgeslagen, die tijdens de duisternis door de Nederlanders werden gekaapt. LtZ Smits droeg iedereen op zijn reddingsvest te allen tijde bij zich houden. Toen op 15 januari de Nitimei Maru gebombardeerd werd, verlieten de krijgsgevangenen hun ruim en troffen op het dek een chaos aan. Het schip maakte snel slagzij en zou binnen driekwartier zinken. De sloepen waren bij de explosies vernield. Niets anders dan de reddingsvesten restte nog. Wie kon zwemmen, sprong overboord. Moeilijker was dat voor hen die het water niet in durfden. LtZ Smits liet hen, voorzien van reddingsvest, één voor één bij zich komen, waarna hij hen van boord duwde. In zee verzamelden de drenkelingen wrakhout om vlotten samen te stellen. Vele overlevenden dreven uren rond totdat ze door de Modji Maru uit het water werden gevist. De heer Kresmer dreef dertig uur in zee. Eerst werden de Japanners gered.

Japanse registratiekaart van Luitenant-ter-Zee 1e klas Theodoor Smits

Japanse registratiekaart van Luitenant-ter-Zee 1e klas Theodoor Smits

[In 1947 werd het Kruis van Verdienste verleend aan LtZ1 Theodoor Smits voor zijn ‘moedig en beleidvolle optreden’ op de 15e januari 1943.] 1947 182-1

 

Hellschips

Het zeetransport van de Nitimei Maru en de Modji Maru stond niet op zichzelf. Het Japanse imperium werd vanaf 1942 aan drie kanten belaagd door de geallieerden: in het oosten de Amerikanen, in het zuiden de Australiërs en in het westen de Britten. Het front in Birma was voor bevoorrading afhankelijk van de lange en gevaarlijke route via de Andamanse Zee en Straat Malakka. Daarom gaf het Keizerlijke Japanse Hoofdkwartier in juni 1942 het bevel tot de aanleg van een spoorweg tussen Nong Pladuk in Siam (Thailand) en Thanbyuzayat in Birma (Myanmar). Zo kon de kwetsbare zeeroute omzeild en de aanvoer van materiaal en mankracht bevorderd worden. Na augustus 1942 nam het overwicht van de geallieerden toe. Uiteindelijk besloot Japan de aanleg van de Birma-Siamspoorweg te versnellen. In deze zogenaamde ‘Speedo-periode’ werden daartoe extra krijgsgevangenen en dwangarbeiders (romusha’s) ingezet. Zij werden massaal met schepen naar de werkkampen overgebracht. Vanwege de slechte omstandigheden aan boord worden deze schepen ook wel helleschepen of hellships genoemd.

 

Zo vertrok op zondag 10 januari 1943 van Singapore het Japanse koopvaardijschip Nitimei Maru (ookwel Nichimei Maru). Dit was het voormalige vrachtschip Alfred Nobel, gebouwd in 1912 in Engeland voor een Noorse rederij en in 1938 verkocht aan Nissan. Het schip woog 4700 bruto- registerton en had een lengte van 122 meter. De Nitimei Maru nam op 10 januari circa 965 Nederlandse krijgsgevangenen en ruim 1500 Japanse soldaten mee vanuit Singapore (de aantallen verschillen per bron). Ook werden vier stoomlokomotieven, rails en gereedschappen ingeladen.

Op woensdag 13 januari voegde zich in Penang (George Town) het transportschip Modji Maru van

5000 bruto-registerton met duizend Amerikaanse en Britse krijgsgevangenen erbij, alsmede de nettenlegger Shuko Maru en de onderzeebootjager nr. 8 (CH-7 klasse). Het konvooi vertrok met bestemming Moulmein. Het zou het laatste zeetransport van krijgsgevangenen naar Birma zijn.

 

Hachelijke momenten, de ondergang van de Nitimei maru.

Hachelijke momenten, de ondergang van de Nitimei maru.

15 januari 1943

De belangrijkste vijand van de scheepvaart, belangrijker dan kruisers en onderzeeboten, was de luchtmacht. Zeker de lange-afstandsbommenwerpers (level bombers) spoorden schepen van verre op en konden veel schade toebrengen. Toen op vrijdag 15 januari het konvooi de Golf van Martaban instoomde werd het in die middag opgemerkt door een geallieerde patrouille. Zes Amerikaanse B-24 ‘Liberator’ bommenwerpers van het 10de Bombardement Wing USAAF, opererend vanuit India, vielen de schepen aan. De Nitimei Maru zonk, de Modji Maru werd zwaar beschadigd.

 

Afwikkeling

Ondanks een lek kon de Modji Maru doorvaren en drenkelingen oppikken. Het bereikte op zaterdag 16 januari de haven van Moulmein. Bij telling van de opvarenden bleken 32 tot 37 (het aantal verschilt per bron) van de circa 965 Nederlanders te zijn omgekomen en ongeveer honderd Japanners.

Na het aanmeren in Moulmein gingen eerst de Japanners van boord. Op zondag 17 januari debarkeerden de krijgsgevangenen. Zij werden enkele dagen zonder verzorging opgesloten in de gevangenis. Van daaruit werden de krijgsgevangenen in verschillende transporten per trein vervoerd naar Thanbyuzayat, het beginpunt van de spoorweg in Birma. Het is niet zeker dat al deze krijgsgevangenen eerst naar dit basiskamp werden overgebracht; sommigen berichtten dat zij rechtstreeks van de gevangenis in Moulmein naar Kamp 18 (Hlaplauk) werden overgebracht.

 

 

 

Tekst Katja Payens

Assistent-conservator, museum Bronbeek

Bronnen:

Heijmans-van Bruggen, Mariska, De Japanse bezetting in dagboeken. De Birma-Siam spoorlijn (Amsterdam 2001).

Kan, Wim, Burma dagboek 1942-1945 (Amsterdam 1986).

Leffelaar, H.L. en E. van Witsen, Werkers aan de Burmaspoorweg (Franeker 1982).

‘Naar de hel gaan’ uit Alle Hens, augustus 1950.

Witsen, E. van, Krijgsgevangene in de Pacific-oorlog (1941-1945) (Franeker 1971).

www.japansekrijgsgevangenkampen.nl

www.powresearch.jp

www.pwencycl.kgbudge.com

www.veteranen-online.nl

www.wikipedia.org

www.wrecksite.eu

 

Links:

– In het NOS-journaal van zondag 15 augustus 2010 geeft voormalig krijgsgevangene Sip Fokkens zijn ooggetuigenverslag aan Pauline Broekema. Zie: nos.nl/artikel/178557-er-stierven-dagelijks-mensen.html

– Op www.hetverhaalbewaard.nl staat een artikel van 8 november 2010, geschreven door Mike Deutekom (onbekend in welke krant) over de ervaring van Sijtje Jeekel, die op 15 januari 1943 als krijgsgevangene aan boord was van de Nitimei Maru.

8 thoughts on “Reddingsvest Nichimei maru

  1. Vrouwke van Marion

    Las net het zeer duidelijke artikel van Katja Payens, waardoor ik weer iets meer informatie krijg over mijn vader, luitenant Leendert van Marion (1913 Den Haag) op de Nitimei Maru. (ach kon ik nu maar iemand ontdekken, die mijn vader in die periode heeft gekend).

    Ik zou graag willen weten waaruit het redddingsvest van de Nitimei Maru bestond. Wat zit erin dat het bleef drijven en wat betekent de Japanse tekst alstublieft

    vriendelijke groet, Vrouwke van Marion

    ik heb overigens de kampkaart uit Birma van Wim Kan in bezit, het origineel

    Reply
    1. Paul Verhoeven Post author

      Beste Vrouwke van Marion, fijn dat u wat meer informatie kon verkrijgen over uw vader. Mogelijk reageert er iemand op uw oproep.

      Wij weten niet waaruit het reddingsvest exact bestond. Alleen de ‘hoes’ is bewaard gebleven. De banden zijn een toevoeging van ons om het vest te kunnen exposeren.
      De Japanse tekst betekent: ‘W gata kyu mei gu”, W-type reddingsvest.

      Er is een Japanse registratiekaart van uw vader beschikbaar via http://www.gahetna.nl, onder Japanse interneringskaarten. Wij zijn benieuwd naar het origineel van de kampkaart van Wim Kan, misschien kunt u ons een afbeelding sturen?

      Pauljac Verhoeven, museum Bronbeek

      Reply
  2. Bas Aalders

    Beste Mevrouw Payens,
    Hierbij nog wat informatie over de aantallen overledenen als gevolg van het bombardement van 15 januari 1943 op konvooi S-23. Op 2 januari 1945 heeft het General Command van de Allied Forces de lijsten ontvangen die door de Japanse Overheid zijn opgesteld met betrekking tot de overledenen bij zeetransporten. In deze lijst is gerapporteerd dat bij het bombardement van de Nichimei Maru in het totaal 53 POW zijn omgekomen. 5 van hen waren Australiërs (zij waren aan boord van de Moji Maru). 1 Nederlandse overledene is omgekomen aan boord van de Moji Maru. 37 mannen kregen een zeemansgraf. De eerder genoemde 6 plus nog 10 mannen die gewond waren na het bombardement zijn aan boord genomen van de Moji Maru en daar aan boord op de 16e of 17e overleden of later in Moulmein. Deze 16 POW zijn begraven in Thanbyuzayat. Indien u geïnteresseerd bent, kan ik documentatie en uitgebreider informatie leveren.

    Reply
    1. Paul Verhoeven Post author

      Geachte heer Aalders,

      Hartelijk dank voor de informatie, waar we altijd blij mee zijn. Uw documentatie en uitgebreide informatie zien wij dan ook graag tegemoet.

      Pauljac Verhoeven

      Reply
      1. Bas Aalders

        U vindt een uitgebreid verslag over de Nichimei Maru met in een bijlage de lijst met namen van slachtoffers, in de geschiedenis die ik heb gepubliceerd op de pagina bij de Oorlogsgravenstichting van mijn oudoom Jacob den Bakker in de bijdrage “Birma-Siam Spoorweg”, webadres: https://oorlogsgravenstichting.nl/persoon/5873/jacob-den-bakker. De brieven met originele lijsten met namen uit 1946 heb ik digitaal tot mijn beschikking. Graag stuur ik u die toe per e-mail. Kunt u mij uw e-mailadres doorgeven?

        Daarnaast heb ik op basis van de informatie in dagboeken en de interneringskaarten bij het NA een reconstructie trachten te maken van de passagierslijst. Inmiddels heb ik 338 namen hierin kunnen opnemen. Ook deze kan ik u doen toekomen. Mocht u ingangen hebben om “De geschiedenis van Jacob” of de lijst met namen verder te kunnen ontwikkelen dan verneem ik dat graag.

        Reply
  3. Vivian

    Is er toentertijd ook een geallieerde bommenwerper geraakt en/of neergehaald? Bij de aanval op de Nitimei Maru? Kan iemand mij dat nader toelichten? Daar hoor ik nooit iets over. Mijn opa was 1 van de krijgsgevangenen. Met vriendelijke groet.

    Reply
    1. Bas Aalders

      Beste Vivian,
      Op een andere site zag ik dat je opa, André van Crugten was. In een eerdere post in deze blog heb ik een link gezet naar de pagina van mijn oudoom Jacob den Bakker die ook aan boord van de Nichimei Maru was. Op zijn pagina vind je uitgebreide informatie over het bombardement. Volgens mijn informatie was het luchtafweer van de Japanners ineffectief en eerder schadelijk voor henzelf, maar daar kun je meer over lezen in de documenten op de pagina van mijn oudoom.

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.